Steeds meer bultruggen, potvissen en bruinvissen in de Noordzee

4 oktober 2018

De laatste tientallen jaren tekenen zich duidelijke veranderingen af, in ruimte en tijd, in het voorkomen van walvisachtigen in de Noordzee. Zo wordt de bultrug steeds vaker gespot, ook langs de Nederlandse kust, en neemt het aantal strandingen van nog zo’n reus, de potvis, gestaag toe. De meest spectaculaire toename laat de bruinvis zien. Nadat deze kleine dolfijn in de eerste helft van de vorige eeuw bijna was verdwenen uit de zuidelijke Noordzee, is de soort nu, na een spectaculaire comeback, weer een vertrouwd gezicht langs onze kust.


Foto: Bultrug in de Noordzee bij Castricum (Hans Verdaat).

In de nieuwste, speciale editie van Lutra, het wetenschappelijke tijdschrift van de Zoogdiervereniging, wordt veel actuele kennis over walvisachtigen in de Noordzee samengebracht. Het heeft een bijzondere, dikke aflevering van ruim 200 pagina’s opgeleverd. Naast Nederlandse, werkten auteurs uit België, Groot-Brittannië, Denemarken en Duitsland aan deze uitgave mee.

Strandingen van walvisachtigen

Na een overzicht van het walvisonderzoek in de Noordzee sinds 19691, geeft een van de eerste bijdragen een gedetailleerd strandingsoverzicht van potvissen rond de Noordzee, die teruggaat tot de 13e eeuw2. Deze bijdrage werd geschreven (en later bewerkt voor publicatie door gastredacteur Peter Evans) door de vermaarde Nederlandse walviskenner Chris Smeenk, die begin 2017 overleed en aan wie deze Lutra is opgedragen. Het In Memoriam voor Chris Smeenk bevat tevens een uitgebreide lijst met door Chris Smeenk (mede)geschreven artikelen3 .

Uit de gepresenteerde overzichten van strandingen van walvisachtigen op de Belgische4 en Deense5 kusten in, respectievelijk, de afgelopen 22 en de afgelopen 10 jaar blijkt dat de bruinvis van alle ca. 13 in deze periodes gestrande soorten verreweg het vaakst wordt gemeld, op afstand gevolgd door de witsnuitdolfijn, die tegenwoordig evenals de bruinvis wordt beschouwd als inheems in de Noordzee. Ook  de dwergvinvis is tegenwoordig inheems in de Noordzee, zij het alleen in de centrale en noordelijke delen.


Foto: Potvissen op het strand van Skegness aan de Engelse Oostkust (Lee Swift).

Opmars van een reus

Opvallend is de vrij plotselinge verschijning van de bultrug in de zuidelijke Noordzee, een fenomeen dat, achteraf gezien, in de jaren 1990 begon. Aanvankelijk betrof het vooral strandingen, maar later ook steeds vaker levende dieren. Er is zelfs een terugmelding bekend van een dier dat negen jaar eerder ook al was gezien voor de Nederlandse kust, en dat duidelijk kon worden herkend aan de specifieke vorm van de rugvin. Het lijkt erop dat, ondanks door deskundigen hierbij veronderstelde, mogelijke problemen, de bultruggen, eenmaal gearriveerd in de Noordzee, voldoende voedsel kunnen vinden6.

Bruinvis blijft goede bekende

De bruinvis is niet alleen de meest talrijke, maar ook de meest onderzochte, walvisachtige in onze wateren. Vliegtuigtellingen vanaf 2012 boven het Nederlandse Continentale Plat laten zien dat een groot deel van de Noordzeepopulatie in het voorjaar en de zomer in Nederlandse wateren verblijft en dat de soort zich hier ook voortplant7. De bruinvis komt ook jaarrond voor in het Eems-estuarium. Een studie naar het foerageergedrag toont aan dat de dieren tot op zekere hoogte hun geprefereerde prooien volgen en om die reden soms ver landinwaarts het estuarium in zwemmen8.

Minder witsnuitdolfijnen

Een soort die, gezien het aantal strandingen, wellicht juist afneemt in de Noordzee is de witsnuitdolfijn. Een analyse in ruimte en tijd van het aantal strandingen sinds 1991 suggereert dat de populatie verschuift van de zuidelijke naar de noordelijke Noordzee, in samenhang met een veranderd habitatgebruik9.


Foto: Witsnuitdolfijnen (Richard Witte)

Oorzaken toe- en afnames

In het algemeen zijn er vele theorieën over de achterliggende oorzaken van de veranderingen in ruimte en tijd van levende en gestrande walvisachtigen in de Noordzee. Veranderingen van milieufactoren die samenhangen met klimaatverandering worden daarbij geregeld genoemd. Zo blijkt er , na analyse van een veelheid van omgevingsfactoren, een samenhang te bestaan tussen het aantal gestrande potvissen en temperatuur (op zee en op het land). Maar tegelijk stellen de auteurs vast dat er geen achterliggend mechanisme bekend is om deze samenhang te verklaren. Net als andere onderzoekers die een bijdrage leverden aan deze uitgave van Lutra concluderen zij dat er waarschijnlijk verschillende factoren, al dan niet in combinatie, een rol spelen, zoals de afname van de commerciële walvisvangst en de ruimtelijke verschuivingen van prooipopulaties als gevolg van klimaatverandering10. Voor de bultrug wordt zelfs gesuggereerd dat er wellicht iets is veranderd in de walvissen zelf, waardoor zij ondernemender zijn geworden en meer geneigd tot het bezoeken van nieuwe gebieden6.

Taxonomische complexiteit

Naast de bijdragen over de actuele stand van en ontwikkelingen rond de walvisachtigen in de Noordzee wordt in twee artikelen ook ingegaan op de complexe geschiedenis van de wetenschappelijke naamgeving bij twee soorten. Naar aanleiding van het onderzoek van Kinze naar de juiste wetenschappelijke naam van de tuimelaar stelt hij voor om de soort Tursiops tursio (Gunnerus, 1768) te noemen; die naam luidt op dit moment Tursiops truncatus (Montagu, 1821)11. Smeenk ontwart de sterk met elkaar verwante naamgevingen van Delphinus rostratus Shaw, 1801 en Delphinus bredanensis (Lesson, 1828) en verschaft daarmee vooral duidelijkheid over de geschiedenis van de wetenschappelijke naamgeving van de Orinocodolfijn (Inia geoffrensis (de Blainville, 1817)) en de snaveldolfijn (Steno bredanensis (Lesson, 1828))12.

Meedoen?

Ben je geïnteresseerd (geraakt) in onderzoek naar zeezoogdieren en wil je daar praktisch iets aan bijdragen, dan kun je terecht bij de Werkgroep ZeeZoogdieren van de Zoogdiervereniging: http://www.zoogdiervereniging.nl/werkgroep-zeezoogdieren

Meer weten?

Je kunt natuurlijk ook abonnee worden van Lutra. Een abonnement kost 15 euro per jaar, bovenop het lidmaatschap van de Zoogdiervereniging. Je krijgt hiervoor jaarlijks twee nummers. http://www.zoogdierwinkel.nl/lutra


Voorkant van de Lutra Special over walvisachtigen in de Noordzee (Steve Geelhoed)

Bronnen

Onderstaande bronnen zijn artikelen in deze Lutra North Sea Cetacean Special:

1 P.G.H. Evans. North Sea cetacean research since the 1960s: advances and gaps.

2 C. Smeenk &  P.G.H. Evans. Review of sperm whale (Physeter macrocephalus) strandings around the North Sea

3 S. Broekhuizen, K. Camphuysen, B. Hoekstra & V. van Laar. Chris Smeenk, 1942-2017.

4 J. Haelters, F. Kerckhof & T. Jauniaux. Strandings of cetaceans in Belgium from 1995 to 2017.

5 C. Chr. Kinze, C.B. Thøstesen & M.T. Olsen. Cetacean stranding records along the Danish coastline: records for the period 2008-2017 and a comparative review.

6 M.F. Leopold, E. Rotshuizen & P.G.H. Evans. From nought to 100 in no time: how humpback whales (Megaptera novaeangliae) came into the southern North Sea.

7 S.C.V. Geelhoed & M. Scheidat. Abundance of harbour porpoises (Phocoena phocoena) on the Dutch Continental Shelf, aerial surveys 2012-2017.

8 S.M.H. Weel, S.C.V Geelhoed, I. Tulp & M. Scheidat. Feeding behaviour of harbour porpoises (Phocoena phocoena) in the Ems estuary.

9 L.L. IJsseldijk, A. Brownlow, N.J. Davison, R. Deaville, J. Haelters, G. Keijl, U. Siebert & M.T.I. ten Doeschate. Spatiotemporal trends in white-beaked dolphin strandings along the North Sea coast from 1991–2017.

10 G.J. Pierce, N. Ward, A. Brownlow & M.Begoña Santos. Analysis of historical and recent diet and strandings of sperm whales (Physeter macrocephalus) in the North Sea.

11 C. Chr. Kinze. A case for Tursiops tursio (Gunnerus, 1768).

12 C. Smeenk. A chronological review of the nomenclature of Delphinus rostratus Shaw, 1801 and Delphinus bredanensis (Lesson, 1828).

Tekst: Ben Verboom, Redactie Lutra, Zoogdiervereniging.
Foto’s: Steve Geelhoed, Hans Verdaat, Lee Swift en Richard Witte.