Na bunzing en steenmarter nu ook boommarter in Marterbox

3 mei 2018

Wildcamera’s worden op allerlei verschillende manieren ingezet voor het inventariseren van marterachtigen. Voor met name wezel zijn marterboxen effectief. Toch duiken er soms ook grotere martersoorten op in de speciaal voor kleine marterachtigen ontworpen inloopkistjes. Eerder bezochten al eens een bunzing en een steenmarter zo'n kist; nu voor het eerst ook een boommarter.

Een marterbox is een ‘inloopval’ voor kleine marterachtigen. Het is een door de Werkgroep Kleine Marterachtigen van de Zoogdiervereniging ontworpen houten kistje met binnenin een wildcamera. Dieren kunnen vrij in en uit de val lopen, maar worden door de camerabeelden ‘gevangen’. Deze methodiek wordt voornamelijk ingezet voor onderzoek naar bunzing, hermelijn en wezel. Voor marterachtigen zoals boommarters, worden vaak andere onderzoeksmethoden ingezet omdat die effectiever zijn. Toch kan een boommarter in een marterbox opduiken, zoals te zien is in onderstaand filmpje. Hij wurmt zich door de inlooppijp van de Marterbox van Jan Oosterman.

Jan is een dassenonderzoeker uit Salland en struint in zijn vrije tijd al jaren door het buitengebied rondom Deventer. De laatste jaren worden ook vaak wildcamera’s ingezet, en sinds dit jaar is ook zijn interesse voor de Marterbox gewekt. Dassenonderzoeker Jan Oosterman:
Aan de zuidrand van het landgoed Dorth loopt de Dortherbeek. Hier is een oude eik overheen gevallen. Het bleek een veel gebruikte oversteek. We zagen met behulp van wildcamera’s dat dassen, steenmarters, vossen en bruine ratten de brug gebruiken, maar vooral dassen. Soms een kolonne van drie dassen achter elkaar. Er is ook tweerichtingverkeer in het midden van de boom. Tijdens vorstperiode met wel 10 graden vorst ging het verkeer gewoon door: soms één over de brug, de ander over het ijs. Geen winterslaap voor onze dassen dus.
Omdat we de dieren na de oversteek vooral linksaf zagen gaan, hebben we een paar meter naar links een inloopval (Marterbox) in de houtwal geplaatst. Als lokmiddel gebruikten we pindakaas, plakken jonge kaas, een blikje sardines en zonnepitten. Toen we na een week de val openden, was het voer schoon op.
Thuis bleek dat er 320 opnamen waren gemaakt. Na een opname van een bosmuis en een rosse woelmuis wurmde zich een groter dier door het gat. Geen kat, zoals eerder gebeurd was. Waarschijnlijk een steenmarter dacht ik. Vooral de jonge kaas viel in de smaak. Door zijn postuur zie ik op het beeld alleen een grijze massa van de vacht met een witte kleur op de buik. Kleurnuances zijn nauwelijks aanwezig. Na het delen van de beelden zagen kenners dat we een boommarter op bezoek hadden gehad.

Tekst: Sil Westra, Silvavir; Jan Oosterman
Video: Jan Oosterman
Foto: Bram Achterberg