De eikelmuis (Eliomys quercinus)

eikelmuis paar (©  Rollin Verlinde)
   Eikelmuis (© Wesley Overman)

Algemeen

De eikelmuis behoort tot de slaapmuizen (Gliridae). Andere slaapmuizen zijn: relmuis (Glis glis), hazelmuis (Muscardinus avellanarius) en bosslaapmuis (Dryomys nitedula). Alleen de hazelmuis komt ook in Nederland voor. Andere benamingen voor de eikelmuis zijn fruitdiefje of tuinslaapmuis.

Uiterlijk

De eikelmuis is een middelgrote slaapmuis (ongeveer zo groot als een jonge rat) en heeft een grijs- tot warmbruine vacht op zijn rug, die scherp afgescheiden is van de witte tot geelwitte buik. Het opvallendste kenmerk van de eikelmuis is de tekening op het gezicht; het masker. Deze heeft een zwarte kleur en loopt als een streep aan weerszijden van de kop vanaf de snuit, rond de ogen tot achter het oor. De eikelmuis heeft een tweekleurige, lange, pluimvormige staart. Deze is aan de bovenzijde bruin en wordt naar de punt toe zwart, terwijl de onderzijde, net als de eindpluim, wit is. De eikelmuis heeft vrij grote, ovale oren, zwarte ogen en een spitse neus met lange zwarte snorharen.

Afmetingen:
lengte kop-romp: 100 -170 mm
lengte staart: 90 -150 mm
gewicht: 40-120 gram (in de herfst zwaarder in verband met winterslaap)

Geluid

De eikelmuis maakt een vrij luidruchtig geluid in de vorm van langgerekte klagende geluiden, een soort getik en vogelachtig gekwetter. Maar hij maakt ook brommende, fluitende, blazende en piepende geluiden. Als eikelmuizen op zoek gaan naar een partner, kunnen ze luidruchtig fluiten, grommen en krijsen om de grenzen van hun zomerterritorium kenbaar te maken of te verdedigen.

Leefgebied en verspreiding

Het verspreidingsgebied van de eikelmuis ligt in West- en Midden-Europa en spreidt zich uit van Noord-Afrika tot in het zuiden van Nederland. In de Alpen leeft de soort tot op een hoogte van 2000 meter.

In Nederland wordt de eikelmuis uitsluitend aangetroffen in Zuid-Limburg en sporadisch in Zeeuws-Vlaanderen. In Zuid-Limburg valt het verspreidingsgebied samen met het voorkomen van kalksteen in de bodem. Het aantal waarnemingen in Zuid-Limburg is sinds 1973 echter sterk afgenomen. In Zeeuws-Vlaanderen wordt de eikelmuis sinds 1990 sporadisch gemeld, zonder dat bekend is of sprake is van een levensvatbare populatie. Vermoed wordt dat deze eikelmuizen afkomstig zijn van populaties uit de kust van België, waar de eikelmuis meer verspreid voorkomt en talrijker is. Eikelmuizen komen niet in hoge dichtheden voor. In geschikte biotopen vindt men gemiddeld drie tot vijf eikelmuizen per hectare.

Eikelmuizen leven zowel in bomen en struiken als op de grond. Ze leven voornamelijk in structuurrijke loofbossen in glooiend gebied, het liefst begroeid met eiken, maar ze komen ook voor in naaldbossen, boomgaarden, kleinschalig agrarisch cultuurlandschap en parklandschap in dorpsranden. Maar ook struikgewas, hagen, tuinen, rotsen, muren en gebouwen kunnen bewoond worden door de eikelmuis, mits er in de directe omgeving bos of struikgewas aanwezig is en de plek zelf voldoende beschutting geeft.

Leefwijze en voedsel

Eikelmuizen zijn vooral 's nachts actief vanaf de schemering tot zonsopkomst. Hoe hoger de temperatuur hoe eerder de eikelmuis zijn schuilplaats verlaat. De eikelmuis is een goede klimmer, maar verplaatst zich ook vaak over de grond.

De eikelmuis houdt een winterslaap van oktober tot april. Deze brengt hij, opgerold tot een bolletje, in zijn nest van takjes en bladeren door. Jonge dieren gaan het laatst in winterslaap, omdat zij veel tijd nodig hebben om de noodzakelijke vetvoorraad aan te leggen. De eikelmuis houdt geen aaneengesloten winterslaap, maar een afwisseling van lange slaapperioden met korte actieve perioden, afhankelijk van de temperatuursomstandigheden. Tijdens een actieve periode herschikken of herstellen ze hun nest en gaan op zoek naar voedsel en water. Ze eten echter zeer weinig. Als zich in het voor- of najaar koudere perioden voordoen, gaat de eikelmuis soms ook in een ‘slaapstand’.

Eikelmuizen zijn alleseters, variërend van vruchten, zaden en bladeren tot insecten, slakken en zelfs eieren, jonge vogels en kleine zoogdieren. In vergelijking met andere slaapmuizen, eet de eikelmuis meer dierlijk voedsel. De eikelmuis past zijn voedselkeuze aan het aanbod van de seizoenen aan. In de herfst, in de aanloop naar zijn winterslaap, eet de eikelmuis meer. De eikelmuis legt geen wintervoorraad voor de winter aan.

Territorium en verblijfplaats

Eikelmuizen leven in groepen en brengen ook de winterslaap soms tezamen door. De eikelmuis heeft in de zomer een territorium met een diameter van ongeveer 150 meter. Deze blijft jaar in, jaar uit onveranderlijk van grootte en plaats. Jonge eikelmuizen op zoek naar een eigen territorium, leggen een afstand af van maximaal 3 kilometer.

Eikelmuizen foerageren tot een afstand van 200-300 meter van hun nest, hoe schaarser het aanbod, hoe verder ze gaan. In gebieden waar ze veel voorkomen, leven circa 3 dieren per ha.
De eikelmuis verblijft overdag in zijn nest. Dit zijn oude nesten van vogels of eekhoorns of ze bouwen zelf een nest waarbij ze gebruik maken van bestaande holtes, zoals holtes tussen stenen, groeven, boomholtes, nissen in muren en nestkasten. Het nest is bolvormig en gevoerd met mos, haren en veren. Het nest heeft een losse structuur en soms hangt het zelfs in een boom. Dit nest wordt ook gebruikt voor de voortplanting. Het nest lijkt op dat van de winterkoning maar is losser van structuur. De winterslaap brengt de eikelmuis door in vorstvrije ruimtes in holtes of spleten in mergelgroeven, kelders en bomen. Deze bedekt hij met takjes en blaadjes.

eikelmuisnest (© Jan Creuwels)
   Eikelmuisnest (© Jan Creuwels)

Voortplanting en leeftijd

De paartijd van eikelmuizen begint in april, direct na de winterslaap. Het vrouwtje is vanaf haar tweede jaar geslachtsrijp en krijgt per jaar meestal een worp, zelden twee. Een worp bestaat uit vier tot zes jongen. De jongen worden meestal in mei of juni geboren, na een draagtijd van 21 tot 23 dagen. Bij de geboorte zijn de jongen blind.

Als de jongen dertig tot vijftig dagen oud zijn, spelen ze veel en maken hun eerste tochtjes buiten het nest. Tijdens deze eerste verkenningstochten, klimmen de jongen vaak op hun moeders rug. Ook lopen de jongen van de eikelmuis in ’karavaan’, waarbij de dieren mond-aan-staart in een rij lopen. Op deze manier brengt de moeder de jongen vanaf de grond naar het nest terug. Na ongeveer vijftig dagen zijn de jongen zelfstandig.

Gemiddeld worden eikelmuizen niet ouder dan 2 jaar, met een maximum van 6 jaar.

Sporen

Vraatsporen

Vraatsporen van de eikelmuis kun je aantreffen op fruit dat van de boom is gehaald, is afgevallen of nog aan de boom hangt en dan vooral op appels en kersen. Op het fruit zijn dan snijvlakken van 2-6 mm, samen 2 snijtanden breed, te zien.

Uitwerpselen

Verse uitwerpselen van de eikelmuis lijken op rattenkeutels, maar zijn groter en onregelmatiger van vorm. Oude uitwerpselen lijken op die van 'gewone' muizen. De keutels zijn 2-4 mm dik, de lengte varieert van 7 tot meer dan 15 mm. De kleur is afhankelijk van het gegeten voedsel en de versheid van de keutel. Vers zijn de keutels glimmend en geel- tot zwartbruin en oud zijn ze dof en grijszwart. Ze liggen verspreid in bijvoorbeeld schuren of zolders.

Loopsporen

Loopsporen van de eikelmuis lijken sterk op die van de andere slaapmuizen. De pootafdrukken van de voorvoet hebben 4 tenen, die van de achtervoet 5. De lengte van de afdruk van de voorvoet is 10-15 mm lang en die van de achtervoet 20-28 mm. De nagelafdruk ontbreekt, wat de afdruk weer onderscheidt van soorten zoals de bruine rat. Soms is een sleepspoor van de staart te zien.

Bedreiging en bescherming

De eikelmuis is in Nederland ernstig bedreigd en staat vermeld op de Rode Lijst Zoogdieren in de categorie ‘kwetsbaar’. Buiten Nederland is de eikelmuis in veel gebieden vrij zeldzaam, maar dan wel

 
 

plaatselijk zeer algemeen. Door zijn sterke achteruitgang, loopt de eikelmuis de kans uit Nederland te verdwijnen. Waar er naar schatting in 1950 nog 1500 á 2000 dieren waren, is dat in 2005 gedaald naar 40 tot 80 zich voortplantende dieren.

Voornaamste oorzaken van achteruitgang en bedreigingen zijn vernietiging van het leefgebied (verdwijnen kleinschalig cultuurlandschap en hoogstamboomgaarden), verkeersslachtoffers, verdwijnen van rust- en voortplantingsplaatsen (door het vellen van bomen en renovaties aan gebouwen) en vermindering van het voedselaanbod (door bijvoorbeeld het uitdunnen van bossen.
Natuurlijke bedreigingen van de eikelmuis zijn predatoren en kou tijdens de winterslaap. De predatoren van de eikelmuis zijn: uilen (met name bosuil), dagroofvogels, vos, das, kleine marterachtigen en kraaiachtigen.

Als afweermiddel tegen deze predatoren, kan de staarthuid van de eikelmuis afstropen. De eikelmuis knaagt daarna zelf de blootliggende wervels af. Vanaf de nieuwe eindwervel, groeit de staartpluim vaak weer aan. De grootste sterfte treedt echter op tijdens het winterhalfjaar. Tijdens de winterslaap verliezen de eikelmuizen tot wel 50% van hun lichaamsgewicht. In winters met veel temperatuurwisselingen, komen veel eikelmuizen om het leven.

Voor de eikelmuis is het van belang dat oude en dode bomen met veel holten worden gespaard. Maar ook behoud en herstel van kleinschalige landschapstypen en geleidelijke overgangsgebieden tussen bos en cultuurland zijn voor deze soort van groot belang.

Waarnemen

Eikelmuizen inventariseren kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door te zoeken naar de dieren zelf of naar hun sporen in de buurt van plaatsen waar ze eerder zijn waargenomen.
In de winter kan de eikelmuis worden aangetroffen in holten of spleten terwijl hij zijn winterslaap houdt. In de zomer kan men eikelmuizen in (vogel) nestkasten aantreffen. Ook kunnen eikelmuizen in vallen, de zogenaamde live-traps, worden gevangen en soms zijn ze als prooiresten in braakballen van uilen terug te vinden.

Het ophangen van haarvallen (buisje voorzien van kleefstrips waar haren van het dier aan blijven kleven) en het uitlokken van geluidsreacties (waarbij eikelmuizen reageren op het afspelen van eikelmuisgeluiden), zijn andere methoden om de soort te inventariseren. Beide methoden worden momenteel in Nederland en Vlaanderen uitgetest.